Vale gier

Griffon vulture
(Gyps fulvus)

Voorkomen : Zuidwest-Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen voor in Spanje, Portugal en Frankrijk, onder andere in de Pyreneeën. Hij is ook geherintroduceerd en uitgezet in centraal Frankrijk.
Gewicht : 6 – 11 Kg
Spanwijdte : 2,4 – 2,8 m
Voedsel: Karkassen van dieren zoals runderen, bij gebrek aan voedsel vallen ze ook wel eens dieren aan, maar enkel sterk verzwakte of zieke exemplaren.

De vale gier is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn wit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen (de ‘dragende’ veren op de vleugels waarmee gevlogen wordt) en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur.
De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort.
Door zijn lange nek zonder veren kan de gier zijn kop relatief ver in een kadaver steken zonder dat de veren blijven haken. Vale gieren foerageren in groepen, waarbij de dieren elkaar goed in de gaten houden. Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden.
Tijdens de maaltijd worden door de dominantste gier luid sissende geluiden gemaakt, de andere gieren reageren hierop met grommende geluiden. De gier kan zelf overigens geen lijken openscheuren, en moet bij een ‘vers’ lijk wachten op andere dieren, zoals sterkere roofvogels, die het karkas aanvreten.

Terug

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *